Ik heb geen mening.
Nieuw
De teksten op deze website worden regelmatig bijgewerkt en gecorrigeerd.
Het verborgen verhaal is natuurlijk het mooist van alle verhalen. Tenminste dat zou het moeten zijn. Iedereen kan er zijn eigen invulling aan geven. Het is de spiegel van je eigen verhaal, geprojecteerd op een van de andere denkbare mogelijke verhalen van je leven.

Toen ik Khatia die maandag, tegen de avond op de brug tegemoet kwam lopen, verkeerde ik in een staat die ik nog niet eerder bij mezelf had meegemaakt, ik had een slecht humeur, elke stap die ik maak beukt in mijn hoofd, en elke ademhaling stokt even in mijn keel, het zwarte water van de gracht roept.
De hele dag heb ik alleen doorgebracht in het atelier en er is werkelijk niets uit mijn handen gekomen. Ik luisterde naar een pianoconcert van Chopin, het langzame deel had ik op herhalen gezet en was blijven mijmeren op de melancholieke pianoklanken. Aan het eind van de middag bleek geen idee te beklijven. Om mijn aandacht kracht bij te zetten dronk ik een paar biertjes en propte een homp kaas naar binnen.
De vastgeroeste idealen moeten plaatsmaken voor andere ijkpunten. Sterker nog, wat vastgeroest zit moet worden losgewrikt en indien nog van enig nut worden opgepoetst. Duurzaamheid is ook in deze theorie doorgedrongen.
Behoud wat je hebt, vernieuw, herijk en verrijk. De versnipperde stad is een onderzoek naar een omgeving voor een verhaal. Een verhaal dat zal ontspruiten uit de verzamelde beelden: tekeningen, fotocollages, videoschilderijen die vervaardigd en getoond worden In De Witte Doos, het atelier.
Wat we nu nog niet weten, weten we misschien morgen.
Hoe hard moet ik praten om gehoord te worden? Welke woorden moet ik kiezen om gehoord te worden? Welke zinswendingen moet ik maken om de aandacht erbij te houden, welk ritme moet ik spelen om de beweging aan te stichten? Welke daden moet ik verrichten om doorgang te garanderen en verandering te bestendigen? Hoe begin je een revolutie?
Ik sta op een groentekist en kijk naar het lege plein. Ik zou graag willen roepen, maar mijn keel wordt dichtgeknepen. Ik zou ook niet weten wat ik moet zeggen.
In de verte nadert een menigte met spandoeken en vlaggen, er klinkt muziek en er wordt iets onverstaanbaars gescandeerd.
In brieven aan mijn dode vrienden, wil ik poging doen mijn vrienden tot leven te wekken, door op basis van mijn herinneringen, hun verhaal door te vertellen, een tweede onmogelijk leven, in memoriam. Ik begin met K. die dit verhaal graag zelf had willen schrijven.
Hij staat in de achtertuin met blote voeten in het hoge gras een sigaret te roken en hij kijkt gedachteloos naar de boom. Zijn ogen tasten de bast af, omhoog naar de vertakkingen die gedeeltelijk in het groen verdwijnen, dan is het een grote vlek, een geritsel van bladeren, schakeringen in groen en zwart, dan weer geel door de felheid van de zon, dan weer zwart als een wolk het licht wegneemt.
Hij geniet zichtbaar van de sigaret.
Het is een rommelige tuin. In die zin dat de restanten van kleine projecten die ooit gestart zijn, een composthoop, een moestuin, waarin de staken voor de bonenplant en de tomaten schots en scheef uit de grond steken, zijn achtergebleven. Levenloze plantjes die als fossielen vastgeplakt zitten aan het aardoppervlak. Er kruipen kleine insecten tussen de verlepte bladeren.
Anton trapt de sigaret uit die hij nonchalant heeft laten vallen en brandt daarbij zijn voet, hij vloekt binnensmonds. Door het open raam van de keuken ziet hij haar. Zij kijkt ook, maar niet naar hem, achter hem is namelijk iets belangwekkender te zien, haar mond valt open. Hoewel haar mond een schreeuwende uitdrukking heeft is het ijzingwekkend stil, als in een vaccuum. Haar ogen gaan langzaam wijder open staan.
Iets belemmert hem om te kijken, hij kan zijn lichaam niet bewegen, alleen naar haar kan hij kijken, zijn hoofd lijkt op slot te zitten op zijn nek. Als versteend is zijn blik gevangen. De afschuw is op haar gezicht getekend.
In zijn ooghoeken neemt hij een beweging waar. Er valt een schaduw over de tuin. Dan kijkt hij weer naar haar. Zij kijkt afwisselend naar hem en achter hem. Haar ogen groeien bij elke wisseling. Traanvocht vormt zich, kleeft tussen de wimpers. De pupillen verwijden, en wat er aan oogwit te zien is wordt rood dooraderd. Ze beweegt niet. Alleen haar neusvleugels trillen.
Alleen wereldsterren brengen hun eigen concertvleugel mee.
Onder het podium staat op zijn kant, gevangen tussen muziekkoffers en lessenaars, nog in de kist geborgen, haar concertvleugel. De vleugelpiano is uiterst stabiel vervoerd, onder de beste omstandigheden, klimaat geregeld, dubbelwandig en in de kist wordt de vleugel met hoog technologie, hydraulisch in balans gehouden. Het is ook niet zo maar een instrument.
Besluiteloos staat Khatia naast de kist, ze controleert nog maar een keer de instellingen van de klimaatbeheersing. Ze wil de vleugel niet alleen laten staan, het liefst zou ze het nu uitpakken en op de poten zetten, want te lang op zijn kant staan is niet goed; bij teveel spanning op de kast kan door de minst geringste verstoring de piano ontstemd raken, en dat mag niet gebeuren. Zeker niet.
<iframe width="420" height="315" src="https://www.youtube.com/embed/wDAMXO64uuI" frameborder="0" allowfullscreen></iframe>
De vastgeroeste idealen moeten plaatsmaken voor andere ijkpunten. Sterker nog, wat vastgeroest zit moet worden losgewrikt en indien nog van enig nut worden opgepoetst. Duurzaamheid is ook in deze theorie doorgedrongen. Behoudt wat je hebt, vernieuw, herijk en verrijk. De stad
De stad als onneembare vesting midden in een weids niets. Hoe je er ook binnenkomt, de stad zal eerst ambivalent en ongeïnteresseerd voorkomen. De binnenkomst
Met hoge snelheid wordt je de stad ingevoerd naar het centrum midden in de grote agglomeratie. Het eerste contact verloopt zo chaotisch als je zelf bent.De doorkomst
Je baant je een weg door de menigte, reikhalzend uitkijkend naar de stad. Waar is het vertier en waar is het goed toeven?De ontvangst
De kleine steeg waar je plotseling in verzeild bent geraakt stinkt naar urine en kots. Walgend wil je je omdraaien, maar je blik wordt getrokken naar iets ongewoons, je kent het nog niet.De vangst
Je arm reikt ernaar maar het is ongrijpbaar; als je er aan denkt heb je het, maar als je het hebt - en er vervolgens niet meer aan denkt - dan is het weg, totdat je er weer aan denkt. Het is waardevol en belangwekkend voor jouw voortbestaan. Je moet moet het hebben en houden. Het verliezen
Voor je het kunt hebben moet je eerst de stad betreden. In de stad verlies je alles: je eigenwaarde, je moraal, je geschiedenis, je relaties, je vrienden, je familie. De stad slokt je op en werpt je in de diepste krochten, onverbiddelijk, onweerstaanbaar, glorieus en je draagt de mantel der ondeugd. Het verlies is ondraaglijk, maar de schok van het nieuwe maakt alles goed en geleidelijk aan zul je met het verlies kunnen leven.Het terugvinden
Het spoor terug is mistig en gecompliceerd. Vinden door vooruitkijken is het devies. Maar in het nieuw is lastig oud te vinden. De blik moet vernieuwend zijn en fris en bovenal nieuwsgierig. Gelukkig is de stad zelf oud.